J. Berendsen

JOHAN BERENDSEN werd geboren op 2 september 1912 in Avereest, een kleine gemeente in Overijssel ten noordoosten van Zwolle.
In oktober 1939 huwde hij een vrouw afkomstig in Blerick, die hij waarschijnlijk tijdens zijn militaire dienstplicht aldaar had leren kennen.
Bij de inval van de Duitsers in Venlo, behoorde Berendsen tot de bezetting in één van de bunkers bij de Maasbruggen in Blerick, waar hij één van de mitrailleurs bediende om de Duitse invallers in Venlo te bestoken.
Na zijn krijgsgevangenschap en ontslag uit de Nederlandse krijgsmacht werd hij in juli 1940 lid van de N.S.B. kring Venlo, alwaar hij enige tijd de functie van commandant van de WA bekleedde.  
Hij woonde met zijn vrouw in de Antoniuslaan in Blerick. In februari 1942 werd hun eerste kind geboren en in maart 1943 volgde er nog een tweeling.
Omstreeks die tijd meldde hij zich aan voor het volgen van een politieopleiding bij het Politie Opleidings Bataljon in Schalkhaar.
Op 1 juli 1943 werd hij toegelaten en verkreeg de rang van adspirant-politieagent.
Na een opleiding van zes weken trad hij op 16 augustus 1943 in dienst bij de gemeentepolitie Venlo in de rang van wachtmeester, alwaar een maand eerder Otto Couperus, als commandant was benoemd.
Omdat Berendsen een gunstige beoordeling kreeg werd, werd hij per 1 oktober 1943  bevorderd tot opperwachtmeester.

 

Berendsen (1)

Sindsdien achtte hij zich in zekere zin onaantastbaar en verwierf een beruchte reputatie in Venlo en omgeving door zijn gedrevenheid ten gunste van het Duitse bewind, zoals blijkt uit diverse gebeurtenissen in deze kroniek beschreven.
Door de bevolking werd hij algauw  ‘De schrik van Venlo’ genoemd. 
Per 3 mei 1944 werd Berendsen gedetacheerd bij de pas ingestelde Arbeitskontrolldienst in Venlo. Na een korte instructie in Schalkhaar werd hij belast met de leiding van aan een groep zogenaamde A.K.D.-ers, die het met name hadden voorzien op onderduikers in Noord-Limburg, die om de een of andere reden gezocht werden door de Sicherheitsdienst in Maastricht.
Door de inwoners werd Berendsen samen met de andere leden van de A.K.D. in het spraakgebruik ook wel aangeduid met ‘het commando Ommen’, omdat zijn kornuiten afkomstig waren uit het kamp Erika bij Ommen.
Vanwege zijn drastisch optreden werd hij, na lang aandringen door burgemeester Zanders, uiteindelijk op 10 oktober 1944, samen met zijn kornuiten, door de Sicherheitsdienst  gearresteerd en vervolgens uit Venlo verwijderd.

Omstreeks de bevrijding verbleef Berendsen in Noord-Holland, gearresteerd en in de gevangenis van Scheveningen opgesloten. Op 4 mei 1945 werd hij tijdelijk naar het politiebureau in Venlo overgebracht voor het onderzoek naar de door hem begane misdaden.

 

Berendsen (2)
In 1947 werd hij berecht door het Bijzonder Gerechtshof in den Bosch.
Met name de moord op een aantal onschuldige burgers bestempelde hem als oorlogsmisdadiger.
Vanwege deze wandaden werd hij, 34 jaar oud, op 2 mei 1947 om acht uur ’s ochtends in Vught ter dood gebracht.

 

Geraadpleegd:

– Interview uit 1977 met Ph. Boesen, in: Blariacum, Blerke, Blerick (Blerick, 1980,
  derde druk), p. 78-79.
– A.P.M. Cammaert, Het verborgen front, geschiedenis van de georganiseerde
  illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog (uitgave van de
  Stichting ‘Maaslandse Monografieën’, deel 56, 2 delen, 1994), p. 584-585
– Gerrit van der Vorst, De oorlog die Jan Theelen verloor, verschenen in Buun 12,
  (uitgave van de Stichting Cultuurhistorische Publicaties, serie cultuurhistorische
  jaarboeken voor Venlo en omstreken, 2010), p. 57-79
– Afschrift van een besluit van burgemeester Zanders van 3 juni 1944, in: archief
  Gemeentepolitie Venlo 1843-1960, inv.nr. 290. 
– Artikel De “beul van Ommen”, in: Dagblad voor Noord-Limburg van 4 mei 1945
  (voorpagina).
– Overlijdensakte nr. 117 in het overlijdensregister 1943 van de gemeente Vught.