Venlo, vrijdag 1 en zaterdag 2 september 1944

Fragment uit het dagboek Kokke geschreven op 3 september 1944:

Sedert vrijdag passeren door Venlo onafgebroken lange colonnes vrachtauto’s komende uit de richting Maastricht, in noordelijke richting, en langs verschillende grensstations naar Duitsland op vloeiende. Een gedeelte gaat door naar Nijmegen en verder noordelijk. De troepen zijn voor een deel ordeloos, zonder leiding, regelrecht van het front gekomen. vuil, oververmoeid.
Soldaten slapen in de auto’s rusten ‘s nachts links en rechts van de weg of in de tuinen of portieken van de woonhuizen. Alles wat maar rijden kan wordt in het wilde weg gevorderd en in beslag genomen; auto’s, karren, paarden, fietsen, etc. Op het Monseigneur Nolensplein werden zelfs zestien Wehrmachtsauto’s door een vreemd troepenonderdeel van hun kameraden gestolen. 
Half Venlo staat buiten op straat, met inwendige vreugde deze terugtocht gade te slaan, terwijl velen ook uiterlijk uitdrukking geven aan hun hoop, op een spoedige bevrijding.” 

 

Fragment uit het dagboek Bertels:

De onneembare Atlantikwall beschermt niet langer als een harnas het beste en meest zelfverzekerde leger ter wereld.  Het betonnen huis van de vesting Europa is verbrijzeld en de naakte slak rept zich in panische angst op de vlucht. Door Frankrijk, door België.
En dan jakkert het op de Heimat aan met een ordeloze sleep van vehikels, tanks, vrachtauto’s, rupsauto’s omnibussen uit Parijs, Belgische fietsjes, deinende personenwagens, bestelauto’s van de Franse post, bakkers-wagentjes uit Wallonnië … België moet kaalgevreten zijn als na een sprinkhanenplaag, zoveel stoffige takken liggen er over deze bandeloze, voortjagende, elkander verdringende en elkaar tegen de bomen duwende horden voertuigen, waarmee een leger zonder vechtlust zich uit de voeten maakt.
Ze hebben haast om thuis te komen. Soldaten schieten burgerkleren aan, om daarmee over de grens te glippen ‘nach Mutti‘. Er worden fietsen ‘gevorderd’ in ruil voor een onleesbaar vodje papier. In Venlo wordt zelfs een rij van zestien Duitse legerwagens door andere Heimatgangers gestolen.
Aan de officiële grensovergangen wordt nog een bovenmenselijke poging gedaan, orde te scheppen in de aanstormende chaos en een hergroepering te bereiken. Maar de vechtlust is er uit. Op drift geraakte legeronderdelen maken, als ze daar lucht van krijgen, vóór de grensposten rechtsomkeert en proberen elders over de grens naar huis te glippen.
Ze hebben niet voor niets koeien, schapen, meubels en koelkasten op de wagen.